Aaigem

Aaigem is een dorp in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en een deelgemeente van Erpe-Mere. Het dorp telt ruim 2000 inwoners. Tot 1976 was Aaigem een zelfstandige gemeente met een oppervlakte van 7,32 km².

Aaigem ligt aan de noordrand van een heuvelachtig gebied, de Vlaamse Ardennen. Het dorp ligt op de noordelijke helling van de vallei van de Molenbeek-Ter Erpenbeek, die net ten zuiden van het dorpscentrum loopt en door de lage, natte gronden weinig bebouwing kent. De dorpskern van Aaigem ligt op ongeveer 53m boven zeeniveau, de Molenbeek die in het dal loopt ligt op ongeveer 30m. Het hoogste punt van Aaigem bevindt zich te Opaaigem, vlakbij de grens met Ressegem. Met zijn 77,8 meter hoogte boven zeeniveau is deze “berg” tevens het hoogste punt van de hele fusiegemeente Erpe-Mere. Het laagste punt vindt men onderaan de Gotegemberg vlak aan de Molenbeek met 27meter. Het maximale hoogte-interval bedraagt dus 50 meter.

Naam

Zoals alle Vlaamse plaatsnamen op –gem gaat ook Aaigem etymologisch terug op een Germaanse samenstelling met –haim ‘woonplaats, heem’ en een afleiding op –inga, waarbij het eerste gedeelte doorgaans als de Germaanse mannennaam Ago gereconstrueerd wordt, de naam van een verder onbekende persoon. Het geheel *Agingahaim betekende dan ‘Agingenheem, woonplaats van de volgelingen of stamleden van Ago’. Dergelijke gem-toponiemen zijn typisch voor de tijd van de Frankische landname in de Merovingische periode; niettemin is over Aaigem uit deze periode niets bekend en dateren de vroegste vermeldingen van de 11e eeuw.

Geschiedenis

Mogelijk behoorde het grondgebied van Aaigem voor de invallen van de Noormannen toe aan de abdij van Sint-Pieters of Sint-Baafs in Gent. In elk geval was de kerk vanaf ca. 1100 in het bezit van de abdij van Anchin (te Pecquencourt, nabij Dowaai, Noorderdepartement in Frankrijk), die tot de Franse Revolutie veel gronden bezat in Aaigem. Hoewel landbouw tot in de 20e eeuw de voornaamste bestaansbron bleef, is er van oudsher enige industriële activiteit, waarvan de watermolens getuigen; de bescheiden 19e en 20e-eeuwse plattelandsindustrie met o.a. een aantal melkerijen is volledig verdwenen.

In de feodale periode hoorde Aaigem bij het Land van Aalst, en binnen dit gebied bij het Land van Haaltert, later ook Land van Rotselaar genoemd, naar de heren van Rotselaar die er generaties lang leenheer waren. Meer info over onze geschiedenis vind u hier.